Valpreventie bij Dementie Thuis (25)

Traplopen bij dementie: wanneer is het niet meer veilig?

Annelies de Vries Annelies de Vries
· · 9 min leestijd

Stel je voor: je bent even de was aan het ophangen op de bovenverdieping.

Inhoudsopgave
  1. Waarom is traplopen bij dementie zo’n uitdaging?
  2. De signalen herkennen: wanneer wordt het onveilig?
  3. De valkuil van eigenwijsheid en veiligheid
  4. Praktische oplossingen voor een veilige trap
  5. Wanneer is het tijd om de trap af te schermen?
  6. Het gesprek aangaan met je naaste
  7. Conclusie
  8. Veelgestelde vragen

Opeens hoor je een geluid beneden. Je loopt naar de overloop en ziet je vader of moeder op de trap staan.

Ze kijken verward, houden zich vast aan de leuning en weten even niet meer hoe ze omhoog of omlaag moeten. Je hart slaat een slag over. Dit is een scenario dat veel mantelzorgers en familieleden herkennen. Traplopen bij dementie is vaak een heet hangijzer.

Het gaat niet alleen om valgevaar, maar ook om zelfstandigheid en veiligheid thuis.

Wanneer is het tijd om de trap af te schermen? En hoe ga je daar het beste mee om?

Waarom is traplopen bij dementie zo’n uitdaging?

Dementie beïnvloedt veel meer dan alleen het geheugen. Het tast ook het inzicht, de coördinatie en het ruimtelijk bewustzijn aan.

Iemand met dementie kan ineens vergeten hoe je een trap op of af stapt. De traptreden lijken ineens oneindig of juist te steil. Een vertrouwde omgeving wordt plotseling onzeker en soms beangstigend. Daarnaast verandert het reactievermogen.

Een normale trap die je al twintig jaar zonder nadenken oploopt, wordt plotseling een hindernisbaan. Een misstap is snel gemaakt.

De gevolgen van een val op de trap zijn vaak ernstiger dan een val op de begane grond.

Het risico op botbreuken, zoals een heupfractuur, ligt beduidend hoger.

De signalen herkennen: wanneer wordt het onveilig?

Het is soms lastig om het juiste moment te bepalen. Je wilt je naaste niet zijn zelfstandigheid ontnemen, maar de veiligheid gaat uiteindelijk voor.

Er zijn een aantal duidelijke signalen die aangeven dat traplopen gevaarlijk begint te worden.

Veranderingen in beweging en coördinatie

Let op kleine veranderingen. Stapt je naaste ineens veel langzamer de trap op? Blijft hij of zij langer staan om uit te rusten?

Of zie je dat het been niet meer goed wordt opgetild, waardoor er over de treden wordt gesleept? Dit zijn tekenen van motorische achteruitgang. Ook het vasthouden aan de leuning, niet met beide handen, maar met één hand en de ander tegen de muur, is een signaal van onzekerheid. De trap is een plek waar concentratie nodig is.

Verwardheid op de trap

Bij dementie kan deze concentratie snel wegvallen. Het gebeurt regelmatig dat iemand halverwege de trap stopt en niet meer weet of hij nu omhoog of omlaag moet.

Of dat iemand per ongeluk de verkeerde kant op loopt. Dit verhoogt het valrisico aanzienlijk.

Nachtelijke onrust en slecht zicht

Als je merkt dat je naaste aarzelt bij elke trede, is het tijd voor actie. Veel mensen met dementie hebben ’s nachts last van verwardheid, ook wel ‘sundowning’ genoemd. In het donker is de trap extra gevaarlijk.

Diepte-inzicht neemt af en schaduwen kunnen worden gezien als gaten of obstakels.

Als je naaste ’s nachts vaak naar de wc moet en de slaapkamer is boven, is het risico op een val in het donker reëel.

De valkuil van eigenwijsheid en veiligheid

Veel mensen met dementie willen zo lang mogelijk hun eigen gang gaan. Ze zijn zich vaak niet bewust van hun beperkingen.

Dit heet anosognosie: het gebrek aan ziektebesef. Iemand kan roepen dat hij nog prima zelf de trap op kan, terwijl je net hebt gezien dat hij bijna struikelde over de bovenste trede. Hier schuilt het gevaar.

Als je te lang wacht met maatregelen nemen, gebeurt het ongeluk voordat je er erg in hebt.

Het is een dunne lijn tussen vrijheid en veiligheid. Een val op de trap kan leiden tot een ziekenhuisopname, revalidatie en een snellere achteruitgang van de dementie. Preventie is hier dus key.

Praktische oplossingen voor een veilige trap

Gelukkig zijn er veel manieren om de trap veiliger te maken, zonder dat je meteen een hek hoeft te plaatsen. Het begint vaak bij de basis.

Goede verlichting en zichtbaarheid

Donkere hoeken zijn de vijand van de veiligheid. Zorg voor helder licht op de trap. Plaats eventueel bewegingssensoren zodat het licht automatisch aangaat als iemand de trap op of af loopt.

De juiste schoenen en kleding

Contrast is ook belangrijk. Als de treden dezelfde kleur hebben als de vloer, is het lastig om de randen te zien.

Hulpmiddelen voor stabiliteit

Een fel gekleurde strip op elke trede kan helpen om de diepte beter in te schatten. Het klinkt simpel, maar goede schoenen met een anti-slip zool zijn essentieel. Sokken op een gladde houten vloer of pantoffels met een harde zool zijn een valkuil.

Zorg er ook voor dat broeken niet te lang zijn en dat de kleding niet om de enkels kan wapperen. Dit voorkomt struikelen. Een stevige leuning aan beide kanten van de trap is een must.

Veel huizen hebben maar één leuning. Een losse steun of een extra leuning kan een uitkomst zijn.

Ook een traplift is een optie, maar dit is niet voor iedereen geschikt. Sommige mensen met dementie zijn bang voor een traplift of weten niet hoe ze hem moeten bedienen. Test dit altijd goed voordat je er een aanschaft. Er zijn ook speciale antislipstrips die je op de treden kunt plakken. Ze zorgen voor extra grip, vooral als de trap glad is door schoenen of stof.

Wanneer is het tijd om de trap af te schermen?

Als alle maatregelen niet meer helpen, is het soms noodzakelijk om de trap definitief af te sluiten. Dit is een emotionele stap, maar soms onvermijdelijk.

De vraag is niet meer of het veilig is, maar hoe je de bovenverdieping kunt bereiken zonder de trap te gebruiken.

Een optie is om de slaapkamer en badkamer op de begane grond te realiseren. Als dat niet kan, is een traphekje of een deur met een slot een optie. Let wel: een simpelhekje werkt alleen als iemand niet meer weet hoe het open moet.

Bij verwardheid kunnen hekjes soms averechts werken, omdat ze voor onrust zorgen. Het is belangrijk om dit in samenspraak te doen met een arts of een casemanager.

Zij kunnen helpen bij het inschatten van de risico’s. Ook thuiszorgorganisaties zoals Thuiszorg of Buurtzorg kunnen praktische tips geven voor het veilig maken van de woning.

Het gesprek aangaan met je naaste

Het is niet makkelijk om te zeggen dat iemand de trap niet meer op mag. Probeer het gesprek te voeren vanuit zorg en liefde, niet vanuit angst.

Zeg bijvoorbeeld: “Ik maak me zorgen om je veiligheid, laten we samen kijken hoe we dit kunnen oplossen.” Bied alternatieven aan. Als de slaapkamer boven is, kun je een bed beneden plaatsen. Of creëer een fijne plek in de woonkamer. Het doel is om de zelfstandigheid zoveel mogelijk te behouden, binnen de grenzen van de veiligheid.

Conclusie

Veilig traplopen bij dementie is een complex onderwerp. Het hangt af van de persoon, de mate van dementie en de omgeving.

Signalen zoals verwardheid, trage bewegingen en onzekerheid zijn rode vlaggen. Door op tijd maatregelen te nemen, zoals betere verlichting, antislip en goede schoenen, kun je veel ongelukken voorkomen. Maar als het risico te groot wordt, is het afschermen van de trap de enige juiste keuze. Veiligheid gaat uiteindelijk boven alles, ook als dat betekent dat je even moet wennen aan een nieuwe situatie.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de symptomen van de laatste fase van dementie?

In de laatste fase van dementie worden de cognitieve functies verder aangetast, waardoor de persoon vaak niet meer herkent in familieleden en omgevingen.

Hoe kan ik veilig traplopen?

Daarnaast kunnen ze verward, angstig en desoriënterd raken, en hebben ze moeite met basisbehoeften zoals eten en drinken. Om veilig te traplopen is het belangrijk om de trap vrij te houden van obstakels en voldoende licht te zorgen. Zorg er ook voor dat je kind niet met spullen in de hand van de trap af loopt, en vermijd dat ze er spelen of met een loopstoeltje rondlopen. Een goede grip en aandacht zijn essentieel.

Welke kleur mag je niet gebruiken bij dementie?

Mensen met dementie hebben vaak moeite met het onderscheiden van bepaalde kleuren. Koude tinten zoals blauw, groen en paars kunnen minder goed te zien zijn dan warme kleuren zoals rood, geel en oranje.

Wanneer willen dementiepatiënten niet meer uit bed komen?

Het is daarom verstandig om bij het inrichten van de omgeving warme kleuren te gebruiken en te vermijden dat blauw en paars naast elkaar worden geplaatst.

Hoe merk je dat het einde nadert?

Het weigeren om uit bed te komen bij een dementiepatiënt kan een teken zijn van desoriëntatie of angst. Het is belangrijk om de oorzaak te onderzoeken, bijvoorbeeld door te kijken of er veranderingen zijn in de omgeving of door een verward gevoel. Probeer de patiënt gerust te stellen en een veilige, vertrouwde omgeving te bieden.

Het einde van dementie wordt vaak gekenmerkt door toenemende desoriëntatie, verlies van spraak en moeite met bewegen. Ook kan de persoon steeds afhankelijker worden van anderen en minder in staat zijn om basisbehoeften te vervullen. Let op veranderingen in het gedrag en de communicatie van de persoon, en zoek professionele hulp als je zorgen hebt.


Annelies de Vries
Annelies de Vries
Gespecialiseerd verpleegkundige dementiezorg en welzijn

Annelies is expert in liefdevolle en persoonlijke dementiezorg binnen een prachtige omgeving.

Meer over Valpreventie bij Dementie Thuis (25)

Bekijk alle 50 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Waarom vallen zo gevaarlijk is voor mensen met dementie
Lees verder →